Ruilen door de eeuwen heen
Gesproken column door Gerard Groen
Dieren ruilen niet. Dieren kunnen niet ruilen, want ze hebben geen geld.
Ruilen heeft alles met geld te maken.
Ruilen moest toen er geen geld was.
Ruilen mag, omdat er geld is.
Ruilen moest, toen de mens op aarde net begon. Misschien is er een periode
van delen aan vooraf gegaan, maar delen en ruilen zijn elkaars tegenpolen.
Delen komt voort uit vrijgevigheid, ruilen uit bezitsdrang.
Toen ruilen
moest, was de ruil definitief. Het bezit van de een ging over naar de
ander en omgekeerd. Een weg terug was er niet. Wat geruild werd was geen
middel maar doel.
Daar kwam mettertijd verandering in toen ruilen handel werd. Ruilhandel. Je geeft een ei in ruil voor een kip, een net in ruil voor een vis, gras voor een koe, een vork voor een mes. Het ene goed voor het andere. Ruilen behield zijn doel, namelijk iets in bezit krijgen dat je niet hebt, maar werd tevens middel van betalen. Je betaalde met zout, koffie, slaven, rijst. Ezau ruilde zijn eerstgeboorterecht met een bord linzensoep van zijn tweelingbroer Jacob. Iets geestelijks voor zoiets stoffelijks als soep.
De komst van de munt bracht daar geen verandering in, alleen het middel veranderde van aard. Van goed naar geld. Het werkwoord ook: ruilen werd kopen, hoewel ze niet van elkaar verschillen. Het woord 'geld' zit in 'vergelden' dat slaat op het teruggeven van wat men gestolen heeft. Op straffe van de dood, volgens mijn Wikipedia. Geld in de vorm van munt kwam in de Middeleeuwen. Munten werden geknipt en geslagen uit edele metalen, goud, zilver, koper. Ze werden een betaalmiddel, dat langzaam maar zeker de ruilhandel verdrong. Die bestaat nu alleen nog in landen die mijn internetencyclopedie arm noemt. Waar ruilen móet.
Waar ruilen màg is geld een gepasseerd station. Wat je ruilt is eerst gekocht of cadeau gekregen. Als jongetje ruilde ik postzegels met een vriendje. Zullen we ruilen? Gelijk oversteken. Het was ruilen, ruilde, gerolen.
Ruilen als handel komt nog steeds voor - ik heb gisteren mijn auto geruild voor een occasion - maar is toch vooral hobby, tijdverdrijf, sport. Vooral geen levensbehoefte.
Levensgenieting. Een summum daarvan is het ruilen van huizen, waarover Ineke en Helmer zo'n aanstekelijk boek hebben gecomponeerd. Als er iets niet moet en niet hoeft, is het dat. Ruilen zonder enige noodzaak en daarmee volmaakt in tegenstelling tot wat onze voorouders eronder verstonden.
Dit ruilen heeft iets frivools. Het gebeurt enkel en alleen omdat je het leuk vindt, omdat er geen geld bij komt kijken. Met internet als toeziend voogd ben je je eigen nieuwsgierige reisagent. Het is individueel, intiem, spannend, het is tijdelijk, als het tegenvalt zit je er voor een paar weken aan vast, gaan je illusies in vervulling, is het een groot feest. Romantiek in combinatie met electronica, selfmade, housemade.
En daarna? Heerlijk, terug naar je eigen nest en je eigen bed, om vervolgens
op Internet weer op zoek te gaan naar de volgende deal met weer onbekenden
van wie je één
ding zeker weet: ze zoeken hetzelfde als jij.
Avontuur in het huis en het leven van een ander.
Thuis in honderd huizen van Ineke en Helmer wijst ons de weg.
Uitgesproken door Gerard Groen, publicist, op 16 December 2006 in Amsterdam